GEZOCHT: $100.000.000.000

Voilà, het dilemma van de natuurkunde: geld geven aan de wetenschap is ‘not done’. Mijn vakgebied is nog meer omstreden dan het invoeren van een hoofddoekjesbelasting of het vormen van een ultrarechts kabinet, omdat we met iets bezig zijn dat de wereld, simpelweg, niet begrijpt. Ik waag een poging advocaat van de duivel/wetenschap te spelen op mijn favoriete website.

Maar eerst even dit. Wat is eigenlijk een natuurkundige? In ieder geval niet iemand die (alleen) met bloemetjes en bijtjes bezig is. Ook geen gestoorde, Einstein-vormige professor die Duitse woordjes mompelt terwijl hij aan zijn teletijdmachine sleutelt. Het spijt me totaal niet als ik u teleurstel. Een natuurkundige is een uitvinder. Op zoek naar de eigenschappen van de oersoep, van antimaterie, van de kosmos.

Ik ben natuurkundige en doe onderzoek op CERN. Zomaar een vraag: zie ik eruit als Einstein? Het antwoord laat ik aan u.

Misschien vindt u dat ik meer op Dr. Emmett Brown uit ‘Back to the Future’ lijk. U weet wel, tijdreizen is een kwestie van stevig gasgeven op de openbare weg in uw donkergrijze DeLorean. Het zijn de stereotype gestoorde professorbeelden die uw brein hebben vervuild. Vergelijk het met andere stereotypen en u komt al snel tot de conclusie dat u in absolute nonsense gelooft. Niet alle Chinese kindjes moeten batterijen leegpeuteren, niet alle strenggelovige moslims zijn terrorist.

De wetenschap brengt de mensheid vooruit. Wij brachten u elektriciteit en daarna de televisie. Het is helaas de snoeiharde onwetendheid van het publiek die de natuurkunde letterlijk geld kost, omdat u niet meer wilt betalen aan dat groepje gekke geleerden in Zwitserland. Zo drijft het onderzoek naar de beginselen van het universum op een zee van belastinggeld, zonder er ooit bij te kunnen.

“Ze willen niet meer betalen,” sprak de directeur-generaal van CERN, professor doctor Rolf-Dieter Heuer. Hij is de man die de deeltjesversneller nog maar net draaiende kan houden door zoveel mogelijk te dineren met allerlei staatshoofden. Hij draagt een verstoft kostuum en rookt de goedkoopste sigaren. Al het geld moet naar het onderzoek, zijn salaris incluis. Om rond te komen peutert zijn tweejarige zoontje batterijen leeg op een vuilnisbelt in Jakarta.

Vandaar deze poging om u te overtuigen. Het is een wanhoopsdaad, want u kiest uw staatshoofden. U heeft de macht. Wij, natuurkundigen, hebben uw belastinggeld nodig om de mensheid nieuwe uitvindingen te geven. En we zullen de oersoep niet vinden, als u niet betaalt.

Help ons snel! Dank u wel.

CERN (30-06) “Eindhalte”

Hij was gevloerd, de oude meneer. De tram was leeg. Er was niet veel aan hem te zien. Zijn gelaat was niet grijzer dan bij de meeste bejaarden, zijn ogen waren gesloten. Hij leek pijn noch bewustzijn te hebben: roerloos en bewegingsloos lag hij op zijn rug.

Bezweken door de hitte? Twee ambulancebroeders waren druk doende hem te reanimeren. Een infuus, een zuurstofmasker. Het werk van de medicus is dankbaar en verdrietig tegelijk.

Ik wachtte op de tram naar Genève Centraal. Op deze zonnige, vrij warme woensdagmiddag waren er niet veel mensen op straat. Alleen ik, de oude meneer en een vijftiger die geschrokken een andere kant op keek. Zou de tram nog naar deze eindhalte komen of moest ik maar verder lopen?

Alles ging zo snel. Ik hoorde hem nog zuchten, terwijl de ambulancebroeders vochten voor zijn leven. Zo stierf hij in tram 14. De oude meneer met het grijze gezicht.

CERN (22-06) “Afterparty”

Ze zongen verjaardagsliedjes voor me in alle talen. Frans, Engels, Duits, Punjabi, Fins. Zelfs het begin van een Schots verjaardagsliedje kwam voorbij, en als dank daarvoor bracht ik de Nederlandse versie ten gehore.

Ieder jaar ben ik jarig op 21 juni, de eerste zomerdag. Maar dit is de eerste keer dat ik die eerste zomerdag op CERN vier. Saurabh kwam ’s ochtends met een taart aanzetten en tijdens de lunch volgden felicitaties van al mijn collega’s hier. En later die dag, tijdens de wedstrijd Spanje-Honduras, was er een toost. Hoewel dit jaar de zomer begint op een ordinaire maandag, heb ik weinig werk kunnen verrichten. Een grote verrassing was het arriveren van mijn Nederlandse studiegenoten! Zij blijven hier zes weken via het NIKHEF-programma. Fijn!

Facebook, nog een hoofdstuk. Het begint inmiddels mijn tweede leven te worden, omdat het me verbindt met alle mensen die ver weg zijn. Dat is de smoes die ik gebruik voor de verslaving. Het is een manier om vrede en onvrede te uiten en iedereen leest het onmiddellijk. Dat is pas openbaarheid van informatie! Perfect ook voor de moderne democratie: iedereen doet zijn zegje. Waarom de Tweede Kamerverkiezingen niet gewoon via Facebook werden gehouden, is mij een raadsel. Mijn Facebookpagina is inmiddels een soort wanstaltige reflectie van mijn leven. Ook daar dus veel gelukwensen voor mijn 23ste verjaardag.

Vandaag is de dag na het feestje. De mensen zijn weer braaf aan het werk en naar college. Ik verricht achterstallige werkzaamheden, voordat mijn Italiaanse supervisor uitvindt dat ik een dag heb zitten niksen. Zou ze mijn Facebookpagina lezen? Ik hoop het niet. Hoewel, misschien volgt dan een laatste verjaardagsliedje in haar mediterraanse moedertaal.

CERN (18-06) “Zin”

Vandaag ben ik begonnen aan mijn verslag. Ik heb een half uur gedaan over de eerste zin. Te gewichtig… te grappig… te weinig woorden… Schrijven is nog verdomd lastig. Uit nood heb ik maar iets algemeens geschreven over de LHC, een tegeltjeswijsheid zo u wilt.

It is the aim of the LHC undertaking to reveal physics beyond the Standard Model by colliding particles at center of mass energies up to 14 TeV.

Constructief commentaar van mijn lezers is welkom.

Zojuist heb ik Saurabh van het vliegveld gehaald en met hem geluncht. Hij kwam juist uit Barcelona en is, net als ik, een fysicus. Een geofysicus, om precies te zijn. Vanavond ga ik naar Umer, maar ik weet nog niet waar ik vanavond zal slapen, omdat Umer vroeg naar bed wil en ik juist de stad in ga. Misschien kan ik nog wat regelen via Saurabh: hij kende nog wel iemand in Zürich. Ik wil niet terugreizen naar Genève in het uiterste donker van de nacht.

Na een week van barbecues en mijn INDIAN FOOD party kijk ik uit naar een enerverend weekend in Zürich. Dankzij mijn Gleis 7-kaart mag ik nu gratis treinreizen. Bruno, een echte Genevaan, komt ook mee. Wie zal ik nog meer ontmoeten? De Duitser die bij Umer is. Misschien David, de jongen uit Lausanne.

Zwitserland herbergt zoveel schoonheid. En de mensen zijn vriendelijker dan in Nederland. Maar de mens is een conservatief, hardnekkig wezen. Misschien had ik daar mijn verslag mee moeten beginnen. Mijn ervaring met eerste zinnen is echter dat de beste altijd ’s nachts komen. Houd mijn weblog dus ook ’s nachts in de gaten.

CERN (14-06) “De wieg”

Ben ik als natuurkundige geboren?

Afgelopen weekend ben ik op bezoek geweest bij Umer. Hij woont in Zürich en ik heb hem leren kennen via CouchSurfing. We hebben de stad verkend en veel nieuwe ervaringen opgedaan. Ik kon twee nachten bij hem slapen, en vanaf nu ‘onbeperkt lang’, zei hij. Mijn eerste vriend in Zürich.

Ook zijn we gaan clubben op een discoboot te Basel. Er waren drie verdiepingen met verschillende muziekstijlen. Aan het begin van de avond was er cabaret in het Duits.

Ik begin de mensen met hun verschillende talen hier steeds meer te waarderen, evenals het landschap. De woeste natuur hier heeft me verliefd gemaakt. Wat zou ik graag blijven! Ik speel met de gedachte om te solliciteren bij CERN, om nog een jaar als technische student te kunnen blijven werken. De kans om aangenomen te worden? Ik heb werkelijk geen idee. Maar wie zou de kans niet grijpen?

Omdat ik nog geen transportkaart had gekocht, reisde ik per auto op en neer naar Zürich. Het is een prachtige stad. Felix, de jongen die ik bij mijn eerste bezoek aan Basel leerde kennen op een feest, was er ook. Hij liet me het uitzicht zien vanaf de Zürich Grossmünster. Hij vertelde me dat hij nooit uit Zürich weg wilde en legde uit waarom. Dit was zijn leven. Zo wandelde ik met twee heren door de stad. Umer sprak ronduit over de historie van de stad.

Na het genoemde Baselse feest op de discoboot, vertrok ik in gezelschap van David, Josh, Ivo en zijn vriend naar Zürich. Ivo moest eruit bij Aarau. Ivo woonde nog bij zijn moeder. Ze zat al aan het ontbijt toen ik haar appartement binnenkwam om van het toilet gebruik te maken.

Een hartelijk goedemorgen klonk.

Eenmaal in Zürich sliep ik enkele uren. Umer had me de sleutel van zijn flat gegeven, omdat hij bij een kennis bleef. Ik vertrok rond de middag. Vervuld van emotie reisde ik vervolgens de 300 kilometer terug naar Genève. Het weekend in Zürich had nooit mogen eindigen. Het was een roes, door Umer en Felix beaamd.

Nu ben ik weer in thuishaven CERN. Wat is het hier toch rustig op zondagmiddag. Niemand, alleen een echtpaar met een wieg. Ongetwijfeld de wieg van een natuurkundige. Ik staar de baby na. Zal dit jonge schepsel ook ooit hier rondlopen, zoals ik nu doe? Verliefd op de elementen?

De wieg reist naar de horizon, mij vol vragen achterlatend.

CERN (09-06) “Koffie”

In het gebouw waar ik werk staat een koffiezetapparaat. Het is een heel simpel systeem. Als men er 80 Rp (rappen, centen) in werpt, spuugt de machine een bekertje uit met iets zwarts erin dat gemakkelijk voor koffie door kan gaan. Het is weliswaar Italiaanse koffie, maar het smaakt goedkoop en nep.

Een roemloos zoemen vult de kleine ruimte waar deze koffie wordt gezet. Ik word er blij van. Er is verder niemand. Dit is mijn momentje in de ochtend.

CERN (06-06) “Nieuwsgierigheid”

Deze week vloog voorbij. De dagen waren vol nieuwe inzichten. Ook heb ik het CERN-complex iets beter leren kennen: alle gebouwen zijn als het ware met elkaar versmolten via specifieke verdiepingen en doorgangen. Er is niemand die alle gebouwen kent op deze wonderlijke plek.

De andere zomerstudenten zijn betrokken bij heel andere projecten dan ik. Zo heb ik ISOLDE gehoord, ATLAS, CMS. Ik werk bij ALICE. Het is interessant om ideeën uit te wisselen over natuurkunde en techniek, omdat we allemaal ongeveer op hetzelfde kennisniveau blijken te zitten. Maar soms denk ik dat ik te dom ben. Al die slimme mensen in de kantine! Word ik echt ooit één van hen?

Ik weet het niet. Mijn eigen project verloopt in ieder geval naar wens. Ik heb inmiddels mijn eerste software-applicatie geschreven waarmee ik volgende week op “point two”, het laboratorium van ALICE, naar de ruwe data ga kijken met mijn begeleider. Het is prachtig weer hier. Vreemd dat ik toch enthousiast word bij de gedachte aan dat binnengezit.

Gisteren ben ik met Joonas en Paul, onze Schotse vriend, de stad in geweest. De noorderlingen zijn allemaal verbrand vanwege de intense zon. Straks ga ik hardlopen, het is zondag. Er is bewolking. De stranden schijnen prachtig te zijn. Ik ben benieuwd.

CERN (01-06) “Eerste werkdag”

Eerste werkdagen hebben altijd iets spannends. Dat weet ik nog van mijn vorige baantjes. Ik ben ijscoman geweest, magazijnmedewerker, schoonmaker, callcenterboy, leraar, bijlesdocent, en nu ben ik voor de eerste keer in mijn leven deeltjesfysicus.

Mijn begeleidster, mevrouw Mastroserio, is een kundige wetenschapster die haar weg heeft gevonden in het Italiaanse bolwerk van bollenbozen dat ALICE heet. Dat is het experiment waar ik werk. Vandaag heb ik wat met de software gespeeld. Software is het eeuwige probleem van de natuurkundige. Hij wil het niet, maar kan niet zonder.

Ook moest ik door de papiermolen. Nu heb ik mijn eigen CERN-pasje, een Zwitserse bankrekening, en een sticker voor op mijn auto.

Dit is de plek waar het internet is uitgevonden. Ironisch, dat het ook de plek is waar internettoegang het moeilijkst te verkrijgen is. Maar sinds vandaag heb ik hier ook internettoegang. En dit maakt het verschil met de wetenschappers van vroeger. Zij waren in CERN echt gescheiden van huis en haard. Ik niet. Ik roep huis en haard gewoon op via de computer, et voilà. CERN is thuis.

Vanavond gaan we met alle zomerstudenten koken in ons bescheiden hostelkeukentje. Er is uitzicht op enorme bergen vanuit het raam. Het is spannend, maar ik wil dit alles niet ontvluchten. Ik wil hier blijven! Misschien wordt dit mijn eerste wetenschappelijke vinding. Een methode om het verloop van de tijd in het universum te veranderen, zodanig dat het in Zwitserland vanaf nu voor altijd zomer is.

CERN (31-05) “Een voetnoot”

Begrip van deze wereld hebben, wat behelst dat? Vandaag heb ik een goede reis van Basel naar Genève gehad. Onderweg heb ik veel tunnels en meertjes gezien. Mijn reisgids vermeldt dat iedere vallei zijn eigen dialect heeft. Zouden deze mensen hun wereld net zo goed begrijpen als ik mijn wereld?

Lange tijd vreesde ik voor mijn toekomstige kamergenoot. Ik had de goedkoopste kamer in het hostel genomen. 12 m², delen met een onbekende kamergenoot. In mijn fantasie had deze andere fysicus monsterlijke proporties gekregen. Maar het blijkt een sympathieke Fin te zijn, Joonas. Bijbelse naam, maar hij is atheïst. We hebben samen de stad verkend. Hij werkt niet bij hetzelfde experiment als ik, maar hij verlangt wel -net als ik- naar een carrière in de natuurkunde. Vanavond doet hij het licht maar uit, want ik ga naar bed, terwijl hij zit te computeren. Dag lieve mensen. Bon soir, Joonas.

CERN (30-05) “Schwyzerdeutsch”

Ik kan de mensen goed verstaan in deze streek, hun taal lijkt op mijn moedertaal.

Gisteravond ben ik naar een feest geweest op een achterafterrein aan de Rijn, waar aanvankelijk veel lesbische vrouwen kwamen, maar later toch ook wat mannen. Ze boden me drankjes aan en ik werd door een stel dertigers uitgenodigd om mee te gaan naar de Pride van Zürich, volgende week. Niet anders dan mij in Nederland zou gebeuren. Zwitserland bevestigt de hypothese dat cultuur te exporteren is; culturele universaliteit.

Vanmorgen naar de kerk geweest, er was belijdenis. De dominee vroeg zich af, in zijn korte preek na gezang 457, of wij altijd maar naar antwoorden moeten zoeken. We kunnen toch ook onze hoop en kennis bij het goddelijke laten? Na de dienst was er gelegenheid de “Konfirmanden” veel geluk te wensen met hun nieuwe kerkelijke status.

Ik wilde rust vandaag. Vanmiddag mocht ik gratis bij een film naar binnen, omdat de kassabediende niet was komen opdagen. Het was een film die begon en eindigde in Amsterdam, maar waarvan de rest van het verhaal zich afspeelde op een onbewoond, Iers eiland. Het was een film over de eenzaamheid van het reizen. Over liefdesverdriet. Over vrouwelijk naakt. Hoewel ik met dat alles niet zoveel heb, vond ik het een prachtige film. Naast me begon een wat oudere vrouw zelfs te huilen van ontroering. “Sehr schön!” riep ze uit.

Vanavond naar de film “Sex in the City” met Schwyzerdeutsche ondertiteling. Morgen reis ik af naar mijn eindbestemming, Genève.

CERN (29-05) “Basel”

Een bekend snel-eet-restaurant is mijn vaste uitvalsbasis geworden voor onderweg, vanwege het gratis internet. Ook nu weer schrijf ik dit bericht in een vestiging van deze wereldwijde keten, midden in Basel.

Daar ben ik nu, omgereden via de bergroute tussen Nancy en Mulhouse. Basel heeft een rijke historie, omdat de stad lange tijd heeft gediend als toegangspoort van dit land. Ook in deze tijd worden mensen aangehouden bij de grens. Had ik iets te declareren, bijvoorbeeld coke of tabak? De douanier keek kritisch de auto in. Ik mocht doorrijden.

Vanavond naar een groot homofeest. Het is me vandaag al opgevallen dat de Zwitserse mens openhartig en praterig is. Vanavond zal me niet tegenvallen. Deze zomer maakt mij een rijker mens.

Nu snel het restaurant uit.

CERN (28-05) “Bloemen uit Metz”

Deel I.

Genève is bijna even prachtig als de route er naartoe. De stad ken ik al, maar de route niet. Die voert vanaf Leiden via Utrecht naar Maastricht, richting Luxemburg. Daar zal ik overnachten.

Bij de benzinepomp rusten mensen uit in de zon, reizigers, motorrijders, dagtoeristen en truckers. Het zijn er bij elkaar heel veel. Zouden zij ook de route naar Genève volgen? Ik vermoed van niet, want in die stad in Zuid-Zwitserland is niet veel te doen voor de gewone mens. Er zijn kantoren van grote instituten en toegegeven, er zijn musea en bioscopen. Maar ook het bolwerk van de wetenschap, CERN, is er gevestigd. Nee, het zou me niets verbazen als bij de toegangspoorten van Genève een bordje staat: alleen bestemmingsverkeer.

Vooralsnog ben ik in het kleinste land van de Benelux. De mensen zijn niet anders dan in Nederland. Misschien wat trager in de omgang, en wat roekelozer op de weg. In mijn Volvo 440 tuf ik rustig door het glooiende landschap. Voor en achter me rijden truckers. Ik heb me altijd al thuis gevoeld tussen dat type sterke mannen. Zij zijn de werkmieren.

Het is middag. Het jeugdhostel is nog een half uur rijden.

Deel II.

Heel Luxemburg was volgeboekt vanwege een festival, ben doorgereden naar Metz. Deze stad was vroeger bischoppelijk, en werd veroverd door de Duitsers, maar nu is Metz weer Frans. Een vriendelijke mevrouw wees me het goedkoopste kamertje toe, kamer vier. Een klein toilet in de hoek, een raam ter grootte van een dobbelsteen. Ik mag blij zijn dat ik nu niet in Luxemburg verkeer.

Vanavond heb ik een stadswandeling gemaakt en wat foto’s gemaakt van de bloemen van Metz. Prachtig!

Kan deze reis nog stuk? Wie weet. Mij is ter ore gekomen dat Sieneke niet naar de Songfestivalfinale mag dit jaar. Zij reist nu dus ook, terug naar Nederland. Het land waar ik langzaam steeds minder mee te maken heb, nu ik afreis naar het zuiden in mijn uiterst heteroseksuele wagen, daar is hij weer. De Volvo 440.

Leidse Annie (II)

Binnenkort vertrek ik naar CERN, een groot project in Genève, Zwitserland. U kent ’t wel van televisie. Verstrooide wetenschappers die er zwarte gaten maken en de wereld wel eens tot een bloemrijk einde kunnen brengen. Maar zoals u weet is apocalyptische doemdenkerij van alle tijden. Bovendien zal ik daar ook aan de knoppen draaien. Mij vertrouwt u toch wel?

Doel is kennis van het universum te vergaren met een zogenaamde deeltjesversneller. Ik neem u mee naar een andere plek, het antieke Griekenland. Daar was kennis het terrein van het goddelijke, het terrein van het orakel. Bij het uitdoven van de rituele vuren van de antieken verdween deze grote orakelende waarzegger. De antieken maakten plaats voor iets heel nieuws, het opkomende christendom. Wij zijn daar het eindproduct van. Als u de vergelijking doortrekt ziet u dat de deeltjesversneller van CERN hetzelfde met onze beschaving zou kunnen doen. Paniek, iedere keer als iets nieuws tot ons komt.

Boze tongen vertellen u dat wetenschappers de wereld zullen verwoesten met hun experimenten. Ze doen een poging de oerknal na te bootsen! En hoewel u dezelfde verstrooide vakrotten hoort jubelen in ieder journaal waarin ze passeren, werden velen van u onzeker en achterdochtig. Kennis over de oerknal zal spoedig tot ons komen, maar daarbij zichzelf en onze beschaving met een zacht plofje wegvagend! Dat staat toch als een paal boven water.

Zou het orakel zijn eigen einde hebben zien aankomen? Inmiddels is het zestien eeuwen later. Als hij nog leeft ligt het voor de hand dat hij een bedrijf heeft of weerman is. Wellicht werd hij verzekeraar of speculant op durfkapitaal en woekerwinsten.

Het onbestaanbare gebeurde. Bij toeval kreeg ik hem vorige maand te spreken, het was zaterdagnacht in Leiden City. Een grijze man, omringd door een aura van alcohol. Maar wel één van aanzien en statuur, hoewel zijn eeuwenoude brokkelbaard onooglijk uitstak onder zijn gezicht. Hij sprak gedragen. Intuïtief was het me duidelijk, hij moest het orakel van de oude Grieken zijn.

En hij bleek Leidse Annie te kennen! Mijn dakloze Leidse vriendin, weet u nog. In mijn vorige column las u hoe ik haar een kaartje kocht voor de Keukenhof. Het orakel en ik hadden dankzij haar een gemeenschappelijke basis. Aangedaan door de alcoholische versnaperingen die ik nuttigde op dansvloeren waar het orakel waarschijnlijk nooit kwam, stond ik daar in het schone schijnsel van de maan.

Een plotselinge ontnuchtering. Hij keek me aan, serieuzer dan voorheen; zijn dunne blauwe vingers, rode neus en dat fragiele lichaam, alles zo ondervoed en breekbaar. In zijn ogen bespeurde ik een aanstekelijke angst voor onmacht. “De wereld vergaat,” zei hij. Geen cryptische beschrijvingen, geen puzzels. Het orakel nu, recht voor zijn raap… “Stop toch met uw onzin! Doe toch zoals ik!” En de grijsaard begon te oreren over zijn worstelingen bij wijze van biecht. Foute vrouwen die hem bedwelmd hadden. Och die rode lippen, ze wisten toch dat hij die niet kon weerstaan!

Ik genoot van hem. Zomaar een baan aangeboden krijgen als opvolger van het orakel, de bron van alle kennis. Of bedoelde hij dat CERN, de bron van alle wetenschappelijke kennis, moest ophouden te bestaan? Een voorspelling dat het daar mis kan gaan deze zomer. Ja, want ik zwaai daar de scepter tijdens mijn nachtdiensten. Ik moet er niet aan denken dat ik de ondergang van de mensheid op mijn geweten heb, op mijn eerste stage.

Ik zal voorzichtig zijn. Ik zal u meenemen naar CERN en rechtstreeks verslag doen van het zwarte gat dat we daar maken in de deeltjesversneller. En dan mag u voorspellen wat er met het universum gebeurt.

Fijne zomer.

Ploeteren in onbegrip

Na de giraffen hielden wij halt bij de apen.

Aap speelde met zijn interferometer. Met zijn stok nog rustend tegen zijn roodharige  armen, slingerden zijn handen over de knopjes. Aap had een hoog IQ, zeiden ze vroeger al. Hij had de zwaartekracht bedacht toen hem een banaan werd toegeworpen, en hij formuleerde de wetten van Aap om de beweging van de hemellichamen te beschrijven. In zijn eentje, in een hoek van het apenverblijf.

Aap was niet populair: soms voelde hij de schuine blikken van de anderen. Terwijl hij briljante ontdekkingen deed en het soms uitkrijste van ontsteltenis over de grootsheid van het universum, groeide de ergernis van de apenstam. Ze moesten hem het eten brengen, want door de drukte op de voederplek ving hij altijd bot. Tot grote treurnis van zijn moeder, die nog leefde. En met papa, die in zijn tijd als alfaman heel anders was, was zijn relatie ook niet al te best. Waarom moest hij gevoed worden als een baby en probeerde hij nooit een wijfje te scharen? Hij was toch een gezonde jongeman?

Arm schaap, die aap.

Maar aap, verslonden door nieuwsgierigheid, had heel andere zorgen. Nadat hij zijn relativiteitstheorie had ontwikkeld, die zei dat niet alle apen overal gelijk zijn, was zijn leven veranderd. Hij besefte dat hij een diep inzicht in de wereld had verworven, in een dierentuin, met beperkte middelen, tussen nog beperktere soortgenoten. Maar hij wist dat hij ooit de wereld zou ontvallen. Ging zijn kennis dan verloren? Nee, dat mocht niet! Aap besloot alles goed te onthouden. Bewaren voor later, zodat hij het zijn kinderen kon leren.

Een wonderaap, stond op het bordje. Ik herinner me die woensdagmorgen dat het net voedertijd was geweest en aap met zijn interferometer speelde. Zijn vingers gristen, zijn stemmetje bromde. Als natuurkundige herkende ik de opstelling: hij mat de snelheid van het licht! Vol inspanning tuurde hij door de lensjes, terwijl hij aan een radertje draaide. Met zijn grote aapjesogen flirtte hij met zijn machine. Hij kon gebarentaal, zeiden de verzorgers. En hij kon tellen. Of ik dat wonderlijk vond.

Zagen ze het dan niet? Misten ook de menselijke verzorgers zijn genie? Maar we moesten alweer door naar de olifanten.

De L is expres

Welk land laat ik achter, ver van de eeuwige sneeuwl?

Doe toch niet sentimenteel.

Het besluit

In het begin waren er nog die hem kenden van vroeger. Maar in de gevangenis was geen contact mogelijk met alles daarbuiten, geen telefoon en geen postzegels, zelfs de vogels negeerden hem. De ervaringen die hij had als twaalfjarige kluwden in zijn hoofd en vormden al snel een vaag smeersel dat hem had gevormd tot wie hij was. Een bandiet, een moordenaar. Waarom hij het gedaan had wist hij niet, maar er was geen spijt. Daarom hadden ze hem opgesloten in het gevang.

Binnen de intense grijsheid van het opgesloten bestaan miste hij vooral het kleurrijke China dat buiten lag, de tempels, de natuur, het textiel van zijn moeder. Hier was slechts een raam dat een vierkant licht op de muur naast de deur projecteerde. In een poging te ontsnappen aan zijn seclusie, legde hij soms zijn hoofd te rusten op de koude dorpel om naar het zonnegericht te bidden. Achter dit knielen of zijwaarts prevelen lag de religieuze wereld van de jongen; het was de enige wereld waar hij nog toegang toe had.

Bij etenstijd kroop hij vaak ineen in een hoek; het eten was altijd laat. De eerste dagen heeft hij nog brullend bij de deur gestaan om zijn eten op te eisen, dat als jammerlijk resultaat onthouding van de maaltijd tot gevolg had. Autoritaire gevangenen werden gestraft met de hongerles. Waarom wist hij niet, de wachters aten toch ook. Bij tijd en wijlen kon hij ze luid horen snaaien en hoorde hij ze grappen maken in een taal die niet de zijne was. Dan vergat hij wie hij was, hoe het was om te spreken. Een mens, een dier met emotie.

Soms stelde hij zich voor dat hij een god was en dan sprong hij op om weg te gaan. Ze hadden hem levenslang opgesloten om de moord op een koe die zijn familie niet financieel schikken kon. Hij zou de koe terugtoveren en zijn vrijheid terugwinnen, binnenkort. Het was afwachten tot de dag dat hij zou besluiten er klaar voor te zijn.

Schooltoneel

Ik wil niet teder schrijven, maar niemand houdt me tegen en de letters verspringen met tabjes, shiftjes en toetsjes over mijn scherm. Ze zouden mijn verbeelding moeten weergeven en dat doen ze wel, en toch vertellen ze me iets dat ik niet weet. Iets nieuws, onttrokken aan het zicht van de maker. Letters met eigen bedoelingen.

Ik verspring ook met stramme maandagochtendbenen, een nachtje heb ik gestudeerd. Waar was de tijd? Op een nachtelijk uur laten liggen. En zoals u weet komt dat uur niet meer terug. We hadden kunnen slapen, kunnen knuffelen wellicht. In plaats daarvan dus lettertjes.

Ik heb spijt geen ervan, het zijn die nachten waarop ik leef. Een belangeloos gevoel van trots en altruïsme maakt het dagelijkse leven overvloedig en onnodig. Tot ik wakker word in het vroege gloren. Kent u dat gevoel?

Bij de uitvoering van Hamlet door het Adelbert College Toneel raakte ik innerlijk geroerd, vervoerd, door de emoties op het toneel. Mijn broertje heeft de hoofdrol en als trots familielid zat ik op de eerste rij. Zó goed vond ik het, en zó geloofwaardig, dat ik mij van de weeromstuit afvroeg of wij ook ooit door hetzelfde Shakespeareaanse lot getroffen zullen worden. Ik moest erover schrijven. Doe er uw voordeel mee of zwijg.

Leidse Annie

In mijn volgende column zal ik u vertellen dat het profetisch eind der tijden nabij is. In deze column een heel andere kwestie. Bloemen, bloemen, bloemen.

Proefstation Leiden is het pronkstuk van de Nederlandse Spoorwegen. Ik sta bij de ingang in de zon. Studenten, forenzen en dagjesmensen gaan zigzaggend in elkaar op: ze drommen samen in de machtige vestibule. Rondom de bloemenstalletjes en op de perronnetjes. Het is weer lente, de stad zwermt eropuit. Naar duinbungalows en duivenshows.

Na een paar minuten hoor ik achter mij het eerst nog doffe, maar steeds scherpere geluid van Leidse Annie. De dakloze met de dreadlocks. Jarenlang alcoholist geweest en altijd blut. Steevast hunkert ze naar geld om haar slaapplaats te kunnen bekostigen. Zouden slaapplaatsen voor daklozen werkelijk geld kosten? Ik weet het niet. Terwijl ik aanstalten maak om haar mijn kleingeld te geven wint ze mijn sympathie door mij een inkijkje te geven in haar denken. “Vroeger was ik aantrekkelijk en gewild, nu ben ik rijk,” grapt ze. “Ik verslond ze bij bosjes!” Bosjes bloemen, stel ik tevreden vast.

Ik observeer de verschillende soorten passanten. Verliefden, pechvogels, cynisten, juristen. Verderop gaat een groepje wereldverbeteraars. Een parmantige dame aan de NS-balie, Leidse Annie die zich verlekkert bij de snackmuur. Achter alle gezichten schuilt een verhaal waar de mensen van “Man bijt hond” avondvullende televisie van zouden willen maken. “Voor wie zijn die bloemen?” Ik hoor het de journalist al vragen aan een wat zenuwachtige meneer die al snel te kennen geeft dat hij verliefd is. Joekels van gelukstranen volgen en een stichtelijk cliché wordt bevestigd. Het zijn rode klaproosjes. Kleur mag weer dit jaar.

Een lichte paniekgolf slaat toe als de trein naar Utrecht vertrekt. Een bonte stoet mensen stuift de trap op waar nu Leidse Annie voor haar goede doelen staat te collecteren. Verbolgen kijkt ze de druktemakers na. “Voor wie doe ik dit eigenlijk nog!” schreeuwt ze ziedend van woede. Annie krijgt niet de aandacht die ze verdient. Maar dan slaat haar stemming weer om, want er moet geld verdiend worden. Ik bewonder haar zakeninstinct.

Hoewel een dikke aswolk Europa in een verlamde houtgreep houdt zou u zeggen dat er geen vuiltje aan de lucht is. Dan volgt een omroepbericht aan alle reizigers. Er is een speciale Keukenhofactie vandaag, kaartjes verkrijgbaar bij de boekhandel. Waarom ook niet? Ik bedenk me geen moment en koop een kaartje. Niet voor mezelf, maar voor Leidse Annie.

Ik zet haar op de bus. Even zal ze zich wanen in een andere wereld. Zal ze het begrijpen? Eenmaal in de rijdende bus zie ik haar nog rondgaan voor een collecte, voordat ze uit ‘t zicht verdwijnt. Ze zwaait niet, ze is me vergeten. Maar ze redt zich wel in die nieuwe, andere wereld in Lisse.

In mijn volgende column zal ik vertellen waarom u niet bent zoals Leidse Annie. Dan neem ik u mee in de wereld van de elementaire deeltjes. Misschien de film “Angels & Demons” gezien? Over de oerknal nabootsen en zwarte gaten maken? U heeft ervoor gekozen het vrolijk naast u neer te leggen. Zal wel loslopen, dacht u.

Ik verklap alvast dat er heel wat is verbloemd.

Schoonmaakster

Haar Pools was vloeiend,
bijtend haar middelen
op haar nagels en over de vloer,
roetsj!
Ze was dan ook Pools.

Weer

Vandaag koester ik een passief verlangen naar een vergezicht van mensen die lopen door een drukke stad. Allemaal met hun eigen doelen wandelen ze daar, de een uitgeput van de warmte, de ander springlevend door de eindelijk ontluikende bijzon die de lente inluidt. Maar wat zij ook denken of voelen en waar ze ook heengaan door het talmende rumoer van de stad, een ding staat vast. ’t Weer treft ons allemaal, dus laten we het niet ontlopen vandaag.

25 graden achter glas.