Studeerkamer

Dit is mijn vertrouwde plekje, tussen balen boeken en overal stapeltjes. Op de radio meldt een nieuwslezer dat de nadagen zijn aangebroken: geweldige woorden die op mijn gevoeligheden inspelen. Maar ik ben alleen. Wat ik hier denk mag alleen hier worden gedacht. Plannen voor de toekomst, ambities, woorden, beelden, maar ook gewoon stilte. Ik denk ze, ik maak ze, alleen hier.

Dan dwaal ik af.

Lever ik als fysicus een bijdrage aan de wereldvrede? Een vraag die zich soms opdringt en die we dan weer van ons af laten glijden. Hoogmoed! Een natuurkundige heeft niet meer recht op de claim van bijdragen aan wereldvrede dan ieder ander mens, de academicus, de literator, de brandweerman of ziekenbroeder. Waren het niet fysici die de immense krachten van de atoomkern ontsloten? Zo dwaal ik af van de berichtgeving op de radio.

Ik krabbel iets op een verlopen tegoedbon, iets voor een gratis maaltijd in de stad. Waarom zou ik er gebruik van maken als ik voor mijn eigen voedsel kan betalen? Zowel de verzilvering van de bon als het afzien daarvan zouden nog wel eens decadent over kunnen komen. Ik schrijf “plan de campagne”, wat ik daarmee bedoel weet ik niet. Een voornemen wellicht?

Het is een begrip dat ik ooit gehoord heb, maar nooit begreep. Niet in de eerste plaats omdat ik niet weet aan welke taal ik moet denken als ik “campagne” uitspreek. Zo dwaal ik, zweef ik, volgens sommigen, nog verder af van de bommen die afgaan. Illegaal carbidschieten in Drenthe, massavernietiging in Damascus.

Ik realiseer me dat dit weinig van doen heeft met u, maar u bent gekomen op een bijzonder moment. De nieuwslezer staat nu op de achtergrond. U bent op mijn vertrouwde plekje. Ik wil graag de vrijheid met u delen. De vrijheid om te denken. Dat we samen afdwalen, dat de radio iets klassieks speelt, hij mag ook uit. Ik zal thee zetten en alles met u delen. Het is echt open huis vandaag en alles draait om u.

Wat zou ik graag de tijd bevriezen: ja, zet de radio maar uit. De radio is evengoed een vinding van de natuurkunde: alleen heel beperkte elektromagnetische frequenties worden verstrekt, anderen niet. Die frequenties noemen we kanalen. Misschien kan een fysicus in een verre toekomst de tijd pauzeren. Ik zou de eerste zijn om op de knop te drukken om stiekem iedereen te ontwapenen.

Naïef? Academische abstracties? Zet de radio maar weer aan dan.

ONTZORG ME

Dag beste dichtersvriend,
Kunnen we schrijven de
Ollekebollekes
Waar ik zo van geniet?

Zag net achtuurjournaal,
Driemaalscheepsrechtverhaal
Komrij en Kopland en
Dichtersverdriet

Rouwende mensenrij,
Werkelijk aangedaan
Waarschijnlijk onnodig:
Maar ik was bevreesd;

Stuur me een briefje, lief
Woordelijk! Laat me niet
Gissend van ongemak
Of je dit leest.

Schuld

Wie vindt dat wiskunde saai is, moet voortaan opnieuw inburgeringscursus doen. Dat staat in de motie die ik nu zou indienen in de Tweede Kamer. Helaas zit ik niet in die Kamer. Hoeveel moties van wantrouwen heeft het kabinet nog nodig, voordat we nieuwe verkiezingen krijgen? Geen mens die het meer kan uitrekenen.

Er is namelijk goed gesneden in het wiskundeonderwijs de laatste jaren. Zegt het woord staartdeling u nog iets? De gemiddelde Hollander denkt meteen aan een platgereden hond. Anderen zullen zich schaapachtig achter de oren krabben.

Vooral die laatste groep wordt hard getroffen. De economische crisis woedt en tiert. De ramen van het Beursgebouw zijn beslagen van vergadervocht en zijn al maanden niet meer gezeemd. Geen geld. U moet uw pensioen inleveren. Uw persoonsgebonden budget. Uw huurtoeslag.

Als ik alles bij elkaar optel, krab ik mij net als u achter de oren. Ik begrijp niet hoe geld kan verdampen op de beurs. Wat kopen die mensen met al onze pensioenpremies? Ik voel me de vrouw van de mijnwerker die vrijdagavond dronken thuiskomt zonder geld.

Ik verbaas me er altijd over dat aandeelhouders, uitgerekend mannen die zich elke dag over cijfertjes buigen, zelf zo beïnvloedbaar zijn door roddels en achterklap. Werkloosheid in Spanje: een Griekse bank valt om. Mark Rutte laat een scheet: de beurzen in paniek.

Er worden rekenfouten gemaakt die net zo berucht worden als andere recente voorbeelden. Toen Mark Rutte 100 miljard euro Nederlands belastinggeld kwijt was na een eurotop. Toen geleerden op CERN concludeerden dat er deeltjes zijn die sneller bewegen dan het licht. Toen professor Diederik Stapel wist te melden dat vleeseters agressiever zijn dan vegetariërs. Ze boden allemaal hun excuses aan en Diederik kreeg zelfs een lijfelijke straf van de Universiteit van Amsterdam. Hij is nu bramenplukker.

Rekenen is misschien belangrijker dan u denkt. De Romeinen, nee zelfs de Babyloniërs konden het al. Oude beschavingen die het zichzelf telkens weer aanleerden, omdat het handel en welvaart mogelijk maakte. Onze welvaart heeft het mogelijk gemaakt, dat we rekenen weer hebben afgeschaft. Met als ondergang van die welvaart als gevolg.

Toch houden we hardnekkig vol. We hebben rekenen niet meer nodig. Bij uw inburgeringscursus moet u weten dat een vrouw een maand na de miskraam weer ongesteld wordt, maar u hoeft geen staartdelingen te doen. Voor de onwetende: dat is een manier om bijvoorbeeld 100 miljard euro gedeeld door 16 miljoen inwoners uit te rekenen.

De Maya’s becijferden al dat in 2012 de wereld zal eindigen. Ik weet wel waarom. U trekt het in twijfel, maar kunt u het narekenen?

Taaltwijfels

De laatste tijd ben ik wat onzeker over de Nederlandse taal. Helaas, want hoe anders was dat nog niet zo lang geleden. Toen ik met woorden dingen liefhad. Toen ik woorden liefhad. Ik ben al maanden, zo niet een jaar, onzeker over die gevoelens. Waren ze echt?

Ik heb besloten eerlijk te zijn, om het aanzien van de taal, in de ogen van hen die haar nog wel liefhebben, te eerbiedigen. Misschien dat ik het Nederlands dan ook weer zal zien staan. De taal waar ik ooit brood in zag.

Nu ik het zachte licht in mijn studentenkamer heb vervangen door kantoorverlichting, loop ik niet meer zo snel weg met die gevoelens. Wat nou schrijverschap, als je achter het geboende glas ook zoveel meer kunt doen. Een grapje met collega’s, bijvoorbeeld tijdens de vrijdagmiddagborrel. Een grap die intelligent overkomt, omdat je hem vaker hebt gebruikt.

Misschien ben ik niet geschikt voor taal. Op dit moment kan ze me gestolen worden. Maar of ik nu overstap op Engels of Frans, de stem die mijn gedachten formuleert spreekt Hollandser dan Haarlem.

Ik mag er dus wel onzeker over zijn, maar als u mij diep in de ogen kijkt, ziet u dat ik een taal bemachtigd heb waar u en generaties voor u het mee hebben moeten doen. Het Nederlands.

Breekbaar, breekbaarder, breekbaarst

Je hebt mijn dromen gekaapt. Ooit was ik een wetenschapper verknocht aan de natuur, maar nu lijkt het alsof ik niets meer ben. Ik ben vervreemd van mezelf geworden, vanaf de plek waar je me ontwapende. Mijn harnas verzwakte en wat kon ik anders doen dan mijn hoofd buigen. Ik lief jou, zouden de Engelsen zeggen. Ik tel de dagen al niet meer sinds dat ik me voor het laatst normaal voelde.

Zodra ik ’s avonds aanleg mijmer ik mezelf in slaap. Duizend kilometer verderop lig jij, in een heel andere wereld. Zou je aan mij denken, zoals ik aan jou? Beheers ik ook jouw dromen?

In het holst van de avond reik ik uit naar jou en strijken mijn vingertoppen langs jouw driedagenbaardje. Je ogen, zo diepblauw als waren ze van een halfgod, ik fluister: sluit ze. Je kust me. Zullen we afspreken elkaar nooit meer los te laten?

Winkel van Sinkel

“Een watersnoodramp zou u niet misstaan mevrouw,” lacht de verkoopster van de Winkel van Sinkel, terwijl haar klant fronzend voor de spiegel staat. Het is een klein out-of-the-box-winkeltje op zomaar een hoek in Utrecht. Als u niet wist waar het zat, zou u het nooit vinden.

Er komt vreemd volk in het zaakje, dat voornamelijk dingen verkoopt die uit de mode zijn geraakt. Een oude man doorzoekt de kast die vol staat met eufemismen, terwijl een jochie van hooguit tien zich verlekkert wanneer zijn grote ogen vallen op een glazen pot boordevol democratie en rechtstaat. De prijzen worden kunstmatig laaggehouden en alles is authentiek; van de neprozen mag men eeuwige bloei verwachten.

Toch is niet alles pracht en praal. Sinds de revoluties in de arabischtalige wereld heeft de Winkel van Sinkel veel last van concurrentie. Overal ter wereld duiken plotseling al dan niet malafide bedrijfjes op die dezelfde schaarse goederen aanbieden. Omdat het aanbod gelijk blijft, stijgen de prijzen. De verkoopster die zojuist nog lachte naar een klant, maakt zich daarom grote zorgen om haar baan.

Enige hoop is nu dat de typische Winkel van Sinkel-producten minder in trek zullen raken, wereldwijd. Dat een verklaring van de mensenrechten iets wordt dat mensen niet eens zouden ophangen in het toilet. Dat men niet meer wil betalen voor bijvoorbeeld een eufemisme. Bij verminderde vraag kunnen de prijzen weer dalen.

De verkoopster is er somber over. Ze ruimt alvast wat spulletjes op, zet de artikelen opzij, terwijl een tevreden klant de winkel uitloopt met een kleurrijke watersnoodramp.

Groene zeep

“Hoe lost u een probleem op?” vraag ik aan professor Brandt. Hij lacht, we drinken wat in de kantine van het prestigieuze Imperial College, in Londen. Ik solliciteer hier voor een baan, maar ben nooit zo goed in sollicitatiegesprekken. “Je had journalist moeten worden,” antwoordt hij.

We praten verder over mijn dromen. Ik wil in Londen komen om te promoveren, in een jaar ongeveer, misschien iets meer. Wat een snobisme. Ooit was ik een boerenjongen uit de Bollenstreek, nog net geen staljongen. Mijn leven was een simpele volksbuurt aan de flanken van Leiden, daar groeiden we op. Dromen? Dat was iets voor anderen. Ik herinner me hoe onze dominee ons woedend te lijf ging met een bezem toen ik met een vriendje zijn stoepje had bekrijt. Die middag zat ik op mijn knietjes de tegels te borstelen. Dromen deed je maar met groene zeep.

De professor vertelt me over mijn mogelijke baan in Londen. “Het is hard werken voor weinig,” vertelt hij. Ik verbeeld me een klein bruin bureautje, waar ik nachtenlang berekeningen moet uitvoeren en experimenten moet doen tegen een minimale vergoeding. Een hongerloon. Wat een schril contrast met de bankenwereld of het zakenleven, waar het geld altijd in overvloed regent, waar de haard warm brandt op dollarbiljetten, waar de vloer van marmer is en het alarm afgaat als je kostuum niet van Armani is. In de natuurkunde boenen de wetenschappers hun eigen toilet. “Maar in januari wordt er geen natuurkunde gedaan, vanwege een technische stop. Dan heb je verplicht vakantie.”

Een vakantie in Londen: alsof ik zojuist te veel groene zeep ingeslikt heb, droom ik weg bij de gedachte; tijdens het gesprek welteverstaan, waardoor ik mezelf onmiddellijk prijsgeef als een communicatiegestoorde gek die meer bij de deeltjesversnellers van CERN thuishoort dan in het kosmopoliete Londen. Londen is onrust. Winkelpubliek schuifelt door de straten, theaters stromen vol als aan de overzijde van de Noordzee het achtuurjournaal begint. Misschien is het waar wat ze zeggen over natuurkundigen als ik. Misschien wijken we soms af als het aankomt op menselijk contact. Maar ik zie niet in waarom dat altijd waar moet zijn. Ik houd meer van reizen en uitgaan dan veel anderen die ik ken. “Het lijkt me fabuleus,” antwoord ik, sippend van mijn groene thee.

Ik wil namelijk weg uit Zwitserland. CERN is een prachtige plek, maar Zwitserland is een klein land en bovendien veel te neutraal. Het is tot de tanden toe bewapend om die neutraliteit te behouden, maar tot een oorlog zal het nooit komen. De Zwitserse mensen zijn beleefd, viertalig beleefd. Wat steekt het fel af tegen de houding die de Fransen en de Italianen aannemen. Die spreken geen woord Buitenlands en zelfs als je het probeert in hun eigen taal blijven deuren vaak gesloten. Wat zou ik graag weer naar een plek gaan waar iets gebeurt. Zwitserland is zo netjes, zo kleinschalig, zo beige.

Professor Brandt kijkt me met grote ogen aan wanneer ik hem met kleurrijke bewoordingen uitleg dat ik Zwitserland beu ben. Tot mijn grote gruwel stokt het gesprek. Buiten steekt een wind op: we hebben uitzicht op Greenpark, vlakbij Buckingham Palace. Gebouwen, historisch en modern, haast over elkaar tuimelend, blazen de onrustige wind door het centrum, zodat ik de bomen zie schudden. In opera’s stormt het ook altijd in de finale sterfscène. Soms vallen er zelfs vogels dood uit de lucht.

“Ik ben Zwitsers,” meldt hij dan. Duidelijk, kort, maar zijn gezicht is neutraal. Hoe los ik dit op? Groene zeep lost alles op, behalve accute problemen in een sollicitatiegesprek. Misschien heeft de professor gelijk. Had ik journalist moeten worden. Een armzalig bestaan, nachtenlang artikelen schrijven voordat de deadline van de Volkskrant verstrijkt. Een leven op water en brood, water en groene zeep. Dan hef ik het glas.

Proost.

Un hiver méchant

Ceci est mon premier petit récit en Français. Oh, il fait froid aujourd’hui, des glaçons pendent de mon bureau. Ferait-il plus beau aux Pays-Bas? Dans quelques semaines, je m’envole là-bas, en voulant l’été néerlandais. Seuls les dieux savent quand la glace va fondre.

Pourquoi nag-je? C’est presque Noël. C’est la période de neige et de glace. Sous moi, un paysage blanc. Pince-moi, je rêve.

De reis

Biljoenen kleine lichtjes stuiven op me af, soms afgewisseld met grotere. Het voelt alsof ik in de trein zit die in vrije val verkeert. “Daar ligt Nederland!” wordt geobserveerd door twee Hilversumse kinderen die achter mij zitten. “Ja,” antwoordt hun moeder, “daar ligt Nederland.” Af en toe schuifelt er iemand langs de rijen, tastend naar de uitgang.

De leeslampjes zijn uit, maar hoewel de meesten inspannend naar buiten staren heerst er geen angst. Vreemd. Mensen tasten, mensen hebben behoefte aan uitleg. Aan een autoriteit die zegt dat het wel goed komt. Toch lijken we hier, op deze plek, dit theorema van hoe de mens werkt te ontkrachten. Zelfs geen kik, geen gilletje. We zijn de paniek voorbij?

Wat kan ik doen, anders dan me aan het vergezicht vastklampen. Overal die lichtjes in de donkernacht. Men zou kunnen denken dat het kerst is. Maar is het niet net herfst geworden? Het is in ieder geval een herfst die nu in duizelingwekkende snelheid op ons afkomt. Een herfst die spoedig zal omslaan in een eeuwige winter.

Plotseling krijg ik de onweerstaanbare drang tot eten. Ik heb trek. Dit zou wel eens mijn laatste maaltijd kunnen zijn. Ik moet het ervan nemen! Waar zijn de stewardessen als je ze nodig hebt? Tot mijn schrik, zit ik klem. Naast me slaapt een man met open mond, hij maakt zich niet zo druk. Weet hij dan niet dat dit alles zal eindigen? Een dodemansmaal, dat is wat ik wil!

Iets verderop zit een man verheugd om zich heen te kijken, omdat zojuist ook het signaal “verboden te roken” is uitgegaan, en hij steekt een sigaret op. Ik heb een hekel aan rokers, maar ik geef hem groot gelijk. We moeten ons nu overgeven aan onze aandrang. Wat een idee, wat een vondst! Ik sta op en wurm mij langs die slapende man, die opschrikt en wat onhandig zijn voeten optrekt. Onder normale omstandigheden zou ik mijn excuses aangeboden hebben, maar wat heeft dat nu voor zin? Bovendien, er is geen tijd voor. Ik heb honger.

Dan verhevigt de vrije val. Hij wordt nog vrijer, nog turbulenter. Gedreven stamp ik naar het boordkeukentje terwijl het vliegtuig omkeert, waardoor ik struikel over naamloze objecten. Daar zijn die lichtjes weer. De kinderen uit Hilversum kijken naar het adembenemende uitzicht. Laten we ervan genieten nu het nog kan. Nog even.

2016

In Łódź staat het al vast. De culturele hoofdstad van Europa moet in 2016 eindelijk naar Polen komen. Er heerst artistiek geluk in de straten en de burgemeester heeft plakplaten laten ophangen, alsof het hier gaat om een voldongen feit. Maar is de wereld al klaar voor Łódź?

Voor wie het niet weet: de benoeming van de culturele hoofdstad is inmiddels een jaarlijkse traditie die begon in Athene. Vervolgens kwamen alle denkbare grote steden, Amsterdam (1987), Berlijn (1988), Parijs (1989). Alsof Europa culturele hoofdsteden te over heeft werden in het kielzog van de millenniumwisseling maarliefst negen steden aangemerkt als bolwerken van creativiteit.

Als u het mij vraagt was dat laatste geen intelligente zet, want nu heeft Europa zijn culturele troeven verspeeld en zullen we steeds vaker de perikelen van 2007 mee moeten maken, toen Luxemburg voor een tweede maal werd gekozen. Wat een armoe! Almere en Brabant zagen hun kans schoon en hebben inmiddels betoogd dat zij ook steden zijn en dat ze in 2018 Europa een cultureel poepje zullen laten ruiken. De stank is zelfs tot diep in Polen te ruiken.

Ik denk dat ik mijn geld liever op Polen zet. Wist u bijvoorbeeld dat de taalvirtuoos Michel Thomas in Łódź geboren is? Hij is de uitvinder van de audiocursus. Het was in Łódź waar hij ervan droomde om wereldvrede te stichten met een cassetterecorder. Dat is toch best kunstzinnig?

Misschien moet ik mijn definitie van hoofdstedelijke cultuur verleggen, maar om u eerlijk te zijn geloof ik niet dat het bewerkstelligen van wereldvrede iets is wat iemand als Michel Thomas kan doen met een eenmansbedrijf. Vrede is een lokaal iets. Huisvrede, de vrede van Brabant. Binnenkort dus ook de vrede van Łódź.

De burgemeester van Łódź, Tomasz Sadzyński, is alvast positief gestemd. Hij glundert, hij droomt over 2016. Zijn stad overlapt precies het zwaartepunt van Polen en heeft een lange geschiedenis van slechte boybandmuziek. Er is dus een grote kans dat deze stad straks het cultureelste plekje van Europa wordt.

Daarom heb ik alvast met Zwitsers geld een appartement gekocht in het centrum. Dat wordt goud waard als het straks veryupt. Het is moeilijk om serieus te blijven over een onderwerp dat op zichzelf eigenlijk tot lachen aanzet, maar ik voorspel het u. Łódź gaat cultureel Polen op de kaart zetten.

Garagefeesten met psychedelische muziek en porno met een vleugje communisme.

De waarombom

Eenmaal in Nederland sloeg ik een krant open en ik kreeg spontaan de neiging om een nieuwe website te beginnen. Waarom.com, een website voor onmogelijke vragen.

Een onmogelijke vraag is een vraag waarop u echt het antwoord niet weet. Wat zou Calvijn hebben gevonden van de PVV? Waarom mag masturberen niet in de trein? Dit schrijf ik in de volle trein van Assen naar Rotterdam.

Aan de laatste vraag heeft de bekende wetenschapsfilosoof Bas Haring eens een aflevering gewijd in zijn televisieprogramma ‘Stof’. Absurde vragen, zo wist hij, zijn perfecte PR. Heel Nederland wilde indertijd weten waarom seks in het openbaar vervoer eigenlijk zo onwenselijk is. Misschien omdat andere reizigers jaloers zouden worden in de nabijheid van een orgasme? Wie bepaalt de grenzen daarvoor eigenlijk en waarom?

Zoals u weet heb ik een tijdje in Zwitserland gewoond en daar is publiek exhibitionisme, gelooft u het of niet, gewoon toegestaan. Zo was ik er getuige van hoe een man zich helemaal omkleedde in de tram van Genève en niemand keek er raar van op. Wat men wel vreemd vond was dat hij zat te klungelen achter een badlaken en zijn ondergoed via zijn broekspijp probeerde te manoeuvreren. Het lijkt wel een Hollander, werd er gefluisterd. Nederlanders zijn een preuts volk, zo weten de Zwitsers.

Volk? Welk volk? Mensen plagen zichzelf met vragen. Wat is nu eigenlijk dat Nederland? Ik zeg u, het is een land in de vorm van een ontkiemende aardappel. Een ontkiemende aardappel kunt u nog wel opeten, als u de groene plekken wegsnijdt, maar de plant is giftig. Aardappelen groeien het best op een vruchtbare grond waar het calvinisme groot is geworden, zegt men. Nederland, aardappelland.

Daarom toch maar even terug naar de vraag waar ik dit stuk mee begon. Calvijn is een belangrijk Zwitsers theoloog uit de zestiende eeuw die het met de scheiding van kerk en staat niet zo nauw nam. Misschien krijgt u dat gevoel ook bij de manier waarop de PVV het over de islam heeft. ‘De islam is gevaarlijk!’ Maar door de islam een politieke ideologie te noemen, heeft een partij met een dergelijke uitspraak nog steeds geen religieuze voorkeur geuit. De PVV zit niet te wachten op een terugkeer van het communisme of het fascisme, en wil ook niet dat de Sharia wordt ingevoerd. In dat rijtje.

U kunt de vraag stellen of die Sharia eigenlijk een reële mogelijkheid is voor Nederland. En waarom mag de overheid eigenlijk geen religieuze voorkeur hebben? Een handje vol vragen. Dan gaan we gewoon terug naar Calvijn. Die staat er grijnzend bij, want ook hij voerde in zijn tijd de strijd van zijn religie tegen de staat en hij won. De wortels van het atheïsme werden verder uitgebannen en het katholicisme werd teruggedrongen.

Binnenkort ga ik weer terug naar mijn appartement in Genève. Het is niet zover van de sterfplaats van Calvijn. Voor in het vliegtuig heb ik plakjes ouwewijvenkoek gekocht in Assen. Vind ik lekker. Doet me denken aan de kerken van Drenthe, aan de hunebedden. Kwamen die in de ijstijd niet uit Scandinavië?

Wat is echt Nederlands en wat niet?
Wie heeft er een langere baard, Allah of God?
Waarom is dat belangrijk eigenlijk?
Ja, ik ga echt die website beginnen.

Waarom.com.

Uit den ouden doosch: Stadstram

waar ben je
als even later
een belletje

versterft
tussen ons

Uit den ouden doosch: De supermarkt

Godenvla? Nooit van gehoord
die rommel
maar doe het maar in de kar.

CERN (05-08) “Powernap”

Een rustige dag. Vanmorgen had ik koffie bij Andy en Simon, de twee Britten waarmee ik volgend jaar een appartement deel. Het is een prachtige woning met twee badkamers en een eigen keuken, gelegen in een fantastische omgeving. Paul woont sinds vanmorgen bij hen in en zal over een maand verslag uitbrengen van zijn woonervaring daar, grapte hij.

Ik zou graag nog een jaar willen blijven op CERN, en deze wens begint langzaamaan een gestolde waarheid te worden. Waarom grijpen andere studenten niet dezelfde kans? Misschien vinden ze het slimmer om eerst af te studeren. Plotseling valt mij een liedje in van vroeger. Wat de toekomst brenge moge, mij geleidt des Heeren hand.

Het Juragebergte omringt deze vallei. De wolken kunnen niet weg, dus het weer blijft zoals het is. Meedogenloos grijs. Zomin als de wolken kunnen ontsnappen, kan ik niet ontsnappen. Verzwolgen door de wetenschap staar ik uit het raam, waar ik in de druivengaard van het Geneefse platteland niets anders aantref dan schoonheid.

Mijn ogen worden zwaar en het grijze zonlicht dat mijn kantoortje vult doet mij inslapen voor de resterende middag.

CERN (02-08) “Volgend jaar”

Hoewel ik altijd leef in de vluchtigheid van ieder moment, zijn er toch wel wel eens, op een rustig moment, twijfels over de toekomst. Hoogopgeleid zijn (en worden) valt nog niet mee.

Juli is voorbij. Het was een maand waarin mensen op bezoek kwamen, hier in Genève. Vincent en Koen, Bert en Loy, Rosa en Jeroen, mijn moeder en Amanda. Het was de maand waarin de CERN Summer Students-groepsfoto werd genomen en mijn colleges plaatsvonden. Ik heb wandelingen gemaakt door de bergen, gelift, gefeest. Het was fantastisch, maar nu is juli voorbij.

Augustus is alweer de laatste maand van mijn verblijf op CERN. Mijn moeder is hier nog met mijn zusje Amanda. Gisteren is hun vlucht geannuleerd. Morgenochtend gaat hun vlucht vanaf Basel naar Amsterdam. Ik breng ze met de auto naar het vliegveld en haal daar meteen Harmen op. Hij heeft een reis gemaakt door Europa en komt nu, na vele omzwervingen, mij bezoeken. Harmen is mijn laatste gast deze zomer.

Met mijn CERN-project gaat het goed. Mijn supervisor is blij met het werk dat ik doe en we maken vorderingen in het verbeteren van de SPD software.

Ik ben momenteel ook in onderhandelingen over een nieuw project voor volgend jaar. Het ziet er naar uit dat ik nog een jaar op CERN mag blijven. De mevrouw waarbij ik een sollicitatie had vertelde me dat ze navraag had gedaan en dat de mensen haar hadden verteld dat ze blij waren met mijn werk.

Ben ik dan toch een wetenschapper?

GEZOCHT: $100.000.000.000

Voilà, het dilemma van de natuurkunde: geld geven aan de wetenschap is ‘not done’. Mijn vakgebied is nog meer omstreden dan het invoeren van een hoofddoekjesbelasting of het vormen van een ultrarechts kabinet, omdat we met iets bezig zijn dat de wereld, simpelweg, niet begrijpt. Ik waag een poging advocaat van de duivel/wetenschap te spelen op mijn favoriete website.

Maar eerst even dit. Wat is eigenlijk een natuurkundige? In ieder geval niet iemand die (alleen) met bloemetjes en bijtjes bezig is. Ook geen gestoorde, Einstein-vormige professor die Duitse woordjes mompelt terwijl hij aan zijn teletijdmachine sleutelt. Het spijt me totaal niet als ik u teleurstel. Een natuurkundige is een uitvinder. Op zoek naar de eigenschappen van de oersoep, van antimaterie, van de kosmos.

Ik ben natuurkundige en doe onderzoek op CERN. Zomaar een vraag: zie ik eruit als Einstein? Het antwoord laat ik aan u.

Misschien vindt u dat ik meer op Dr. Emmett Brown uit ‘Back to the Future’ lijk. U weet wel, tijdreizen is een kwestie van stevig gasgeven op de openbare weg in uw donkergrijze DeLorean. Het zijn de stereotype gestoorde professorbeelden die uw brein hebben vervuild. Vergelijk het met andere stereotypen en u komt al snel tot de conclusie dat u in absolute nonsense gelooft. Niet alle Chinese kindjes moeten batterijen leegpeuteren, niet alle strenggelovige moslims zijn terrorist.

De wetenschap brengt de mensheid vooruit. Wij brachten u elektriciteit en daarna de televisie. Het is helaas de snoeiharde onwetendheid van het publiek die de natuurkunde letterlijk geld kost, omdat u niet meer wilt betalen aan dat groepje gekke geleerden in Zwitserland. Zo drijft het onderzoek naar de beginselen van het universum op een zee van belastinggeld, zonder er ooit bij te kunnen.

“Ze willen niet meer betalen,” sprak de directeur-generaal van CERN, professor doctor Rolf-Dieter Heuer. Hij is de man die de deeltjesversneller nog maar net draaiende kan houden door zoveel mogelijk te dineren met allerlei staatshoofden. Hij draagt een verstoft kostuum en rookt de goedkoopste sigaren. Al het geld moet naar het onderzoek, zijn salaris incluis. Om rond te komen peutert zijn tweejarige zoontje batterijen leeg op een vuilnisbelt in Jakarta.

Vandaar deze poging om u te overtuigen. Het is een wanhoopsdaad, want u kiest uw staatshoofden. U heeft de macht. Wij, natuurkundigen, hebben uw belastinggeld nodig om de mensheid nieuwe uitvindingen te geven. En we zullen de oersoep niet vinden, als u niet betaalt.

Help ons snel! Dank u wel.

CERN (30-06) “Eindhalte”

Hij was gevloerd, de oude meneer. De tram was leeg. Er was niet veel aan hem te zien. Zijn gelaat was niet grijzer dan bij de meeste bejaarden, zijn ogen waren gesloten. Hij leek pijn noch bewustzijn te hebben: roerloos en bewegingsloos lag hij op zijn rug.

Bezweken door de hitte? Twee ambulancebroeders waren druk doende hem te reanimeren. Een infuus, een zuurstofmasker. Het werk van de medicus is dankbaar en verdrietig tegelijk.

Ik wachtte op de tram naar Genève Centraal. Op deze zonnige, vrij warme woensdagmiddag waren er niet veel mensen op straat. Alleen ik, de oude meneer en een vijftiger die geschrokken een andere kant op keek. Zou de tram nog naar deze eindhalte komen of moest ik maar verder lopen?

Alles ging zo snel. Ik hoorde hem nog zuchten, terwijl de ambulancebroeders vochten voor zijn leven. Zo stierf hij in tram 14. De oude meneer met het grijze gezicht.

CERN (22-06) “Afterparty”

Ze zongen verjaardagsliedjes voor me in alle talen. Frans, Engels, Duits, Punjabi, Fins. Zelfs het begin van een Schots verjaardagsliedje kwam voorbij, en als dank daarvoor bracht ik de Nederlandse versie ten gehore.

Ieder jaar ben ik jarig op 21 juni, de eerste zomerdag. Maar dit is de eerste keer dat ik die eerste zomerdag op CERN vier. Saurabh kwam ’s ochtends met een taart aanzetten en tijdens de lunch volgden felicitaties van al mijn collega’s hier. En later die dag, tijdens de wedstrijd Spanje-Honduras, was er een toost. Hoewel dit jaar de zomer begint op een ordinaire maandag, heb ik weinig werk kunnen verrichten. Een grote verrassing was het arriveren van mijn Nederlandse studiegenoten! Zij blijven hier zes weken via het NIKHEF-programma. Fijn!

Facebook, nog een hoofdstuk. Het begint inmiddels mijn tweede leven te worden, omdat het me verbindt met alle mensen die ver weg zijn. Dat is de smoes die ik gebruik voor de verslaving. Het is een manier om vrede en onvrede te uiten en iedereen leest het onmiddellijk. Dat is pas openbaarheid van informatie! Perfect ook voor de moderne democratie: iedereen doet zijn zegje. Waarom de Tweede Kamerverkiezingen niet gewoon via Facebook werden gehouden, is mij een raadsel. Mijn Facebookpagina is inmiddels een soort wanstaltige reflectie van mijn leven. Ook daar dus veel gelukwensen voor mijn 23ste verjaardag.

Vandaag is de dag na het feestje. De mensen zijn weer braaf aan het werk en naar college. Ik verricht achterstallige werkzaamheden, voordat mijn Italiaanse supervisor uitvindt dat ik een dag heb zitten niksen. Zou ze mijn Facebookpagina lezen? Ik hoop het niet. Hoewel, misschien volgt dan een laatste verjaardagsliedje in haar mediterraanse moedertaal.

CERN (18-06) “Zin”

Vandaag ben ik begonnen aan mijn verslag. Ik heb een half uur gedaan over de eerste zin. Te gewichtig… te grappig… te weinig woorden… Schrijven is nog verdomd lastig. Uit nood heb ik maar iets algemeens geschreven over de LHC, een tegeltjeswijsheid zo u wilt.

It is the aim of the LHC undertaking to reveal physics beyond the Standard Model by colliding particles at center of mass energies up to 14 TeV.

Constructief commentaar van mijn lezers is welkom.

Zojuist heb ik Saurabh van het vliegveld gehaald en met hem geluncht. Hij kwam juist uit Barcelona en is, net als ik, een fysicus. Een geofysicus, om precies te zijn. Vanavond ga ik naar Umer, maar ik weet nog niet waar ik vanavond zal slapen, omdat Umer vroeg naar bed wil en ik juist de stad in ga. Misschien kan ik nog wat regelen via Saurabh: hij kende nog wel iemand in Zürich. Ik wil niet terugreizen naar Genève in het uiterste donker van de nacht.

Na een week van barbecues en mijn INDIAN FOOD party kijk ik uit naar een enerverend weekend in Zürich. Dankzij mijn Gleis 7-kaart mag ik nu gratis treinreizen. Bruno, een echte Genevaan, komt ook mee. Wie zal ik nog meer ontmoeten? De Duitser die bij Umer is. Misschien David, de jongen uit Lausanne.

Zwitserland herbergt zoveel schoonheid. En de mensen zijn vriendelijker dan in Nederland. Maar de mens is een conservatief, hardnekkig wezen. Misschien had ik daar mijn verslag mee moeten beginnen. Mijn ervaring met eerste zinnen is echter dat de beste altijd ’s nachts komen. Houd mijn weblog dus ook ’s nachts in de gaten.

CERN (14-06) “De wieg”

Ben ik als natuurkundige geboren?

Afgelopen weekend ben ik op bezoek geweest bij Umer. Hij woont in Zürich en ik heb hem leren kennen via CouchSurfing. We hebben de stad verkend en veel nieuwe ervaringen opgedaan. Ik kon twee nachten bij hem slapen, en vanaf nu ‘onbeperkt lang’, zei hij. Mijn eerste vriend in Zürich.

Ook zijn we gaan clubben op een discoboot te Basel. Er waren drie verdiepingen met verschillende muziekstijlen. Aan het begin van de avond was er cabaret in het Duits.

Ik begin de mensen met hun verschillende talen hier steeds meer te waarderen, evenals het landschap. De woeste natuur hier heeft me verliefd gemaakt. Wat zou ik graag blijven! Ik speel met de gedachte om te solliciteren bij CERN, om nog een jaar als technische student te kunnen blijven werken. De kans om aangenomen te worden? Ik heb werkelijk geen idee. Maar wie zou de kans niet grijpen?

Omdat ik nog geen transportkaart had gekocht, reisde ik per auto op en neer naar Zürich. Het is een prachtige stad. Felix, de jongen die ik bij mijn eerste bezoek aan Basel leerde kennen op een feest, was er ook. Hij liet me het uitzicht zien vanaf de Zürich Grossmünster. Hij vertelde me dat hij nooit uit Zürich weg wilde en legde uit waarom. Dit was zijn leven. Zo wandelde ik met twee heren door de stad. Umer sprak ronduit over de historie van de stad.

Na het genoemde Baselse feest op de discoboot, vertrok ik in gezelschap van David, Josh, Ivo en zijn vriend naar Zürich. Ivo moest eruit bij Aarau. Ivo woonde nog bij zijn moeder. Ze zat al aan het ontbijt toen ik haar appartement binnenkwam om van het toilet gebruik te maken.

Een hartelijk goedemorgen klonk.

Eenmaal in Zürich sliep ik enkele uren. Umer had me de sleutel van zijn flat gegeven, omdat hij bij een kennis bleef. Ik vertrok rond de middag. Vervuld van emotie reisde ik vervolgens de 300 kilometer terug naar Genève. Het weekend in Zürich had nooit mogen eindigen. Het was een roes, door Umer en Felix beaamd.

Nu ben ik weer in thuishaven CERN. Wat is het hier toch rustig op zondagmiddag. Niemand, alleen een echtpaar met een wieg. Ongetwijfeld de wieg van een natuurkundige. Ik staar de baby na. Zal dit jonge schepsel ook ooit hier rondlopen, zoals ik nu doe? Verliefd op de elementen?

De wieg reist naar de horizon, mij vol vragen achterlatend.