Leidse Annie (II)

Binnenkort vertrek ik naar CERN, een groot project in Genève, Zwitserland. U kent ’t wel van televisie. Verstrooide wetenschappers die er zwarte gaten maken en de wereld wel eens tot een bloemrijk einde kunnen brengen. Maar zoals u weet is apocalyptische doemdenkerij van alle tijden. Bovendien zal ik daar ook aan de knoppen draaien. Mij vertrouwt u toch wel?

Doel is kennis van het universum te vergaren met een zogenaamde deeltjesversneller. Ik neem u mee naar een andere plek, het antieke Griekenland. Daar was kennis het terrein van het goddelijke, het terrein van het orakel. Bij het uitdoven van de rituele vuren van de antieken verdween deze grote orakelende waarzegger. De antieken maakten plaats voor iets heel nieuws, het opkomende christendom. Wij zijn daar het eindproduct van. Als u de vergelijking doortrekt ziet u dat de deeltjesversneller van CERN hetzelfde met onze beschaving zou kunnen doen. Paniek, iedere keer als iets nieuws tot ons komt.

Boze tongen vertellen u dat wetenschappers de wereld zullen verwoesten met hun experimenten. Ze doen een poging de oerknal na te bootsen! En hoewel u dezelfde verstrooide vakrotten hoort jubelen in ieder journaal waarin ze passeren, werden velen van u onzeker en achterdochtig. Kennis over de oerknal zal spoedig tot ons komen, maar daarbij zichzelf en onze beschaving met een zacht plofje wegvagend! Dat staat toch als een paal boven water.

Zou het orakel zijn eigen einde hebben zien aankomen? Inmiddels is het zestien eeuwen later. Als hij nog leeft ligt het voor de hand dat hij een bedrijf heeft of weerman is. Wellicht werd hij verzekeraar of speculant op durfkapitaal en woekerwinsten.

Het onbestaanbare gebeurde. Bij toeval kreeg ik hem vorige maand te spreken, het was zaterdagnacht in Leiden City. Een grijze man, omringd door een aura van alcohol. Maar wel één van aanzien en statuur, hoewel zijn eeuwenoude brokkelbaard onooglijk uitstak onder zijn gezicht. Hij sprak gedragen. Intuïtief was het me duidelijk, hij moest het orakel van de oude Grieken zijn.

En hij bleek Leidse Annie te kennen! Mijn dakloze Leidse vriendin, weet u nog. In mijn vorige column las u hoe ik haar een kaartje kocht voor de Keukenhof. Het orakel en ik hadden dankzij haar een gemeenschappelijke basis. Aangedaan door de alcoholische versnaperingen die ik nuttigde op dansvloeren waar het orakel waarschijnlijk nooit kwam, stond ik daar in het schone schijnsel van de maan.

Een plotselinge ontnuchtering. Hij keek me aan, serieuzer dan voorheen; zijn dunne blauwe vingers, rode neus en dat fragiele lichaam, alles zo ondervoed en breekbaar. In zijn ogen bespeurde ik een aanstekelijke angst voor onmacht. “De wereld vergaat,” zei hij. Geen cryptische beschrijvingen, geen puzzels. Het orakel nu, recht voor zijn raap… “Stop toch met uw onzin! Doe toch zoals ik!” En de grijsaard begon te oreren over zijn worstelingen bij wijze van biecht. Foute vrouwen die hem bedwelmd hadden. Och die rode lippen, ze wisten toch dat hij die niet kon weerstaan!

Ik genoot van hem. Zomaar een baan aangeboden krijgen als opvolger van het orakel, de bron van alle kennis. Of bedoelde hij dat CERN, de bron van alle wetenschappelijke kennis, moest ophouden te bestaan? Een voorspelling dat het daar mis kan gaan deze zomer. Ja, want ik zwaai daar de scepter tijdens mijn nachtdiensten. Ik moet er niet aan denken dat ik de ondergang van de mensheid op mijn geweten heb, op mijn eerste stage.

Ik zal voorzichtig zijn. Ik zal u meenemen naar CERN en rechtstreeks verslag doen van het zwarte gat dat we daar maken in de deeltjesversneller. En dan mag u voorspellen wat er met het universum gebeurt.

Fijne zomer.

1 Reactie to “Leidse Annie (II)”

  1. Lieve broer,

    pas goed op jezelf en geniet van alles wat op je pad komt. Het ga je goed!
    Hou van je
    XXX

Laat een reactie achter