Ploeteren in onbegrip

Na de giraffen hielden wij halt bij de apen.

Aap speelde met zijn interferometer. Met zijn stok nog rustend tegen zijn roodharige  armen, slingerden zijn handen over de knopjes. Aap had een hoog IQ, zeiden ze vroeger al. Hij had de zwaartekracht bedacht toen hem een banaan werd toegeworpen, en hij formuleerde de wetten van Aap om de beweging van de hemellichamen te beschrijven. In zijn eentje, in een hoek van het apenverblijf.

Aap was niet populair: soms voelde hij de schuine blikken van de anderen. Terwijl hij briljante ontdekkingen deed en het soms uitkrijste van ontsteltenis over de grootsheid van het universum, groeide de ergernis van de apenstam. Ze moesten hem het eten brengen, want door de drukte op de voederplek ving hij altijd bot. Tot grote treurnis van zijn moeder, die nog leefde. En met papa, die in zijn tijd als alfaman heel anders was, was zijn relatie ook niet al te best. Waarom moest hij gevoed worden als een baby en probeerde hij nooit een wijfje te scharen? Hij was toch een gezonde jongeman?

Arm schaap, die aap.

Maar aap, verslonden door nieuwsgierigheid, had heel andere zorgen. Nadat hij zijn relativiteitstheorie had ontwikkeld, die zei dat niet alle apen overal gelijk zijn, was zijn leven veranderd. Hij besefte dat hij een diep inzicht in de wereld had verworven, in een dierentuin, met beperkte middelen, tussen nog beperktere soortgenoten. Maar hij wist dat hij ooit de wereld zou ontvallen. Ging zijn kennis dan verloren? Nee, dat mocht niet! Aap besloot alles goed te onthouden. Bewaren voor later, zodat hij het zijn kinderen kon leren.

Een wonderaap, stond op het bordje. Ik herinner me die woensdagmorgen dat het net voedertijd was geweest en aap met zijn interferometer speelde. Zijn vingers gristen, zijn stemmetje bromde. Als natuurkundige herkende ik de opstelling: hij mat de snelheid van het licht! Vol inspanning tuurde hij door de lensjes, terwijl hij aan een radertje draaide. Met zijn grote aapjesogen flirtte hij met zijn machine. Hij kon gebarentaal, zeiden de verzorgers. En hij kon tellen. Of ik dat wonderlijk vond.

Zagen ze het dan niet? Misten ook de menselijke verzorgers zijn genie? Maar we moesten alweer door naar de olifanten.

1 Reactie to “Ploeteren in onbegrip”

  1. What about ducks ?

Laat een reactie achter